Het examen Luisteren van het inburgeringsexamen A2 duurt 45 minuten en je doet het op de computer. Je kijkt naar filmpjes en luistert naar teksten, en beantwoordt daar vragen over. In de officiële oefenexamens van DUO zijn dat 25 vragen. Het wordt automatisch nagekeken.

Op papier lijkt Luisteren op Lezen: zelfde aantal vragen, zelfde soort onderwerpen. In de praktijk is het het onderdeel dat het vaakst wordt onderschat. Hier lees je waarom, en wat je eraan kunt doen.

In dit artikel

  1. Het format: 45 minuten
  2. Waarom Luisteren lastiger is dan Lezen
  3. Welke situaties je hoort
  4. Welke soorten vragen je krijgt
  5. De strategie: lees vooruit
  6. Probeer een vraag
  7. De grootste fout: alles willen begrijpen
  8. Hoe je thuis oefent
  9. Op de examendag
  10. Hoeveel moet je goed hebben?

Het format: 45 minuten

DUO beschrijft het zo: "Het examen Luisteren op niveau A2 doet u op de computer. U krijgt vragen over filmpjes en u luistert naar teksten."

Het examen Luisteren A2 duurt 45 minuten en je doet het op de computer.

Bron: inburgeren.nl — inhoud taalexamens — geraadpleegd 28-07-2026

Het aantal vragen publiceert DUO niet. Maar op de startpagina van alle drie de officiële oefenexamens Luisteren A2 staat het letterlijk: "U moet in dit examen 25 vragen beantwoorden."

De drie officiële oefenexamens Luisteren A2 van DUO bestaan uit 25 vragen en duren 45 minuten.

Bron: inburgeren.nl — oefenen — geraadpleegd 28-07-2026

Waarom Luisteren lastiger is dan Lezen

Vergelijk de twee onderdelen even naast elkaar. Dan zie je het probleem meteen.

LezenLuisteren
Vragen (oefenexamen)2525
Tijd65 min45 min
Tijd per vraag±2,5 min±1,8 min
Kun je terug?janee
Wie bepaalt het tempo?jijhet examen

Drie dingen maken het verschil:

  1. Minder tijd. Bijna een minuut minder per vraag.
  2. Je bepaalt het tempo niet. Bij Lezen kun je een moeilijke zin drie keer bekijken. Bij audio loopt het door.
  3. Het is weg. Een gesprek gaat voorbij. Mis je een getal, dan kun je niet even terugbladeren.

Daarom is één specifieke voorbereiding zo belangrijk: oefen alsof je elk fragment maar één keer hoort. Als je thuis steeds terugspoelt, oefen je iets anders dan het examen.

Welke situaties je hoort

Het gaat om gewoon Nederlands uit het dagelijks leven:

  • een gesprek bij de huisarts of in het ziekenhuis;
  • een mededeling op het station of in een winkel;
  • een collega of leidinggevende die iets vraagt;
  • een telefoontje van de school van je kind;
  • iemand die de weg uitlegt of een afspraak maakt.

Dat is eigenlijk goed nieuws. Er komen geen nieuwsuitzendingen over politiek voorbij. Het is het Nederlands dat je elke dag om je heen hoort — en dat kun je overal oefenen.

Welke soorten vragen je krijgt

De vragen bij Luisteren vallen grofweg in een paar types uiteen. Weet je welk type je krijgt, dan weet je waar je op moet letten voordat de audio begint.

Soort vraagWat men vraagtWaar je op let
Detaileen tijd, prijs, dag of huisnummercijfers — bijna altijd de kern
Hoofdpuntwaar gaat dit gesprek over?de eerste zinnen
Redenwaarom gebeurt er iets?"omdat", "want", "daarom"
Wat moet u doenwelke actie wordt gevraagd"bel", "kom", "neem", "stuur"
Gevoel of meninghoe reageert iemand?de toon en woorden als "helaas", "gelukkig"

Let op één valkuil bij het type "detail": in een gesprek worden vaak twee getallen genoemd. Een oude afspraak en een nieuwe. Een prijs met en zonder korting. De vraag gaat bijna altijd over het tweede.

De strategie: lees vooruit

Bij Luisteren gebeurt het belangrijkste werk voordat de audio begint.

  1. Lees de vraag terwijl je nog kunt. Weet vóór het fragment waar je op moet letten.
  2. Bepaal wat voor informatie je zoekt. Een tijd? Een prijs? Een naam? Een reden?
  3. Luister gericht. Je hoeft niet alles te begrijpen, alleen dat ene stukje.
  4. Mis je het? Kies iets en ga door. Blijf niet piekeren, want dan mis je het volgende fragment ook.

Getallen zijn bijna altijd de vraag. Tijden, prijzen, huisnummers, dagen. Train specifiek op cijfers in het Nederlands — "veertien uur twintig", "half drie", "twee euro vijftig". Veel mensen kennen de woorden wel, maar hebben ze nooit snel genoeg gehoord.

Probeer een vraag

Stel je voor dat je dit hoort. Eén keer.

Je hoort bij de tandarts: "Uw afspraak van donderdag half elf kan helaas niet doorgaan. Kunt u vrijdag om kwart over negen? Anders is de eerstvolgende mogelijkheid maandag." Wanneer is de nieuwe afspraak die de tandarts voorstelt?

Het juiste antwoord is B. "Kwart over negen" is 9.15 uur, en dat is op vrijdag. Donderdag half elf (10.30) was de oude afspraak, en maandag is alleen een alternatief als vrijdag niet kan. Zie je hoeveel informatie in twee zinnen zit? Daarom lees je de vraag vooraf.

De grootste fout: alles willen begrijpen

Dit is de fout die ik het vaakst zie, en hij kost de meeste punten.

Er valt een woord dat je niet kent. Je gaat erover nadenken. Wat betekende dat? Terwijl je nadenkt, praat de audio door. Je mist de volgende twee zinnen — en dáár stond het antwoord.

Eén onbekend woord kost je zo drie zinnen. Het is bijna altijd beter om een woord te laten gaan en te blijven luisteren.

Oefen dit apart. Luister naar iets wat net te moeilijk voor je is en spreek met jezelf af: ik stop niet, ik spoel niet terug, ik zoek niets op. Alleen doorluisteren. Dat voelt onprettig, en het is precies de vaardigheid die het examen test.

Denk eraan: je hoeft niet alle antwoorden goed te hebben om te slagen. Dat staat letterlijk in de samenvatting van het examenreglement van DUO. Perfect begrijpen is niet het doel.

Hoe je thuis oefent

Luisteren is het onderdeel dat je het makkelijkst in je dagelijks leven kunt trainen. Een paar dingen die werken:

1

Nederlandse tv met Nederlandse ondertiteling. Niet met ondertiteling in je eigen taal — dan lees je en luister je niet.

2

Radio in de auto of tijdens het koken. Je hoeft het niet allemaal te begrijpen. Je oor raakt gewend aan het tempo.

3

Oefen zonder terugspoelen. Eén keer horen, dan antwoorden. Zo werkt het examen ook.

4

Train cijfers apart. Laat iemand tijden en prijzen opnoemen, of gebruik oefenmateriaal met veel getallen.

5

Gebruik een koptelefoon. Op het examen doe je dat ook. Oefen in dezelfde omstandigheden.

Op de examendag

Bij Luisteren is één ding belangrijker dan bij de andere onderdelen: je geluid. In de oefenexamens van DUO kun je vooraf je audiovolume testen. Doe dat rustig, en zet het volume iets hoger dan je normaal zou doen.

Je moet 30 minuten voor het examen aanwezig zijn. Je krijgt 15 minuten uitleg voordat het examen begint. Zonder geldig legitimatiebewijs mag je geen examen doen.

Bron: DUO Examenreglement — geraadpleegd 28-07-2026

Die 15 minuten uitleg zijn extra; ze gaan niet van je 45 minuten af. Verder geldt hetzelfde als bij de andere onderdelen: telefoon en tas in een kluisje, wc alleen met begeleiding, en het examen is geheim — geen foto's, geen vragen overschrijven.

DUO adviseert om oefenexamens op een computer te doen in plaats van op een telefoon. Voor Luisteren geldt dat extra: op een klein scherm zie je de vraag en de antwoorden niet in één oogopslag, en dan kun je niet vooruitlezen.

Hoeveel moet je goed hebben?

Zoals bij alle onderdelen: DUO maakt de grens niet bekend. Online lees je "18 van de 25", maar dat getal komt niet van DUO, en sites spreken elkaar tegen.

"De zak-slaaggrens wordt uitgedrukt in een cesuur, vastgesteld door de Minister." Je krijgt een cijfer per onderdeel en de uitslag geslaagd of niet geslaagd.

Bron: DUO Examenreglement, artikel 10 en 16 — geraadpleegd 28-07-2026

Je uitslag komt binnen 8 weken per brief. Ben je gezakt voor Luisteren? Dan doe je alleen dat onderdeel opnieuw. Wat je hebt gehaald, blijft staan. Meer daarover in het artikel over zakken en herkansen.

DUO heeft 3 gratis oefenexamens Luisteren. Doe ze — het is het echte format. Daarna heb je meer nodig, en daarvoor hebben wij er 10, met echte audio en uitleg per vraag. Alles ingesproken en gecontroleerd door een gecertificeerde NT2-docent.

Lees ook de uitleg over alle vier de onderdelen, of begin direct met een gratis oefenexamen.