Bij het examen Schrijven A2 verlies je de meeste punten niet aan moeilijke woorden. Je verliest ze aan kleine dingen: een vergeten hoofdletter, een vergeten punt, een komma die er niet staat. Hieronder staan de acht fouten die onze docent elke week terugziet als zij schrijfopdrachten nakijkt. Je hoeft er geen nieuw Nederlands voor te leren. Je moet ze alleen leren zien.

Het examen Schrijven op niveau A2 maak je met pen en papier. Je krijgt 4 schrijfopdrachten en het examen duurt 40 minuten.

Bron: inburgeren.nl — inhoud taalexamens — geraadpleegd 28-07-2026

Marieke Schipper · NT2-docent

Ik zie bijna nooit iemand zakken omdat hij een woord niet kende. Ik zie mensen punten verliezen op de punt aan het einde van de zin.

De acht fouten

  1. De hoofdletter vergeten
  2. De punt vergeten
  3. Geen komma voor ‘want’ en ‘omdat’
  4. Geen komma bij de aanhef en de groet
  5. Maanden en dagen met een hoofdletter
  6. De tijd verkeerd opschrijven
  7. ‘u’ en ‘je’ door elkaar
  8. Je tekst niet teruglezen

1. De hoofdletter vergeten

Dit is de fout die het vaakst voorkomt. Een hoofdletter hoort op vier plekken, en die vier zijn genoeg voor A2.

A

Aan het begin van elke zin. Ook als de zin maar drie woorden lang is.

B

Bij namen van mensen en dieren: Fatima, Ahmed, mijn hond Max.

C

Bij plaatsnamen en landen: Amsterdam, Rotterdam, Nederland, Syrië.

D

Bij rivieren en gebergten: de Maas, de Rijn, de Alpen.

Fout

  • ik woon in amsterdam met mijn zoon ali.

Goed

  • Ik woon in Amsterdam met mijn zoon Ali.

2. De punt vergeten

Elke zin eindigt met een punt. Ook de laatste zin van je brief. Ook een korte zin. Dit voelt als een detail, maar een beoordelaar ziet het meteen.

Fout

  • Ik kom morgen langs Tot ziens

Goed

  • Ik kom morgen langs. Tot ziens.

3. Geen komma voor ‘want’ en ‘omdat’

Voor de woorden want en omdat staat een komma. Altijd.

Fout

  • Ik kan niet komen want ik moet werken.

Goed

  • Ik kan niet komen, want ik moet werken.
  • Ik kan niet komen, omdat ik moet werken.

Twijfel je tussen want en omdat? Kies dan want. Dat scheelt je een woordvolgordefout, en waarom dat zo is lees je in Want of omdat: kies bijna altijd ‘want’.

4. Geen komma bij de aanhef en de groet

Een brief of e-mail begint en eindigt bijna altijd hetzelfde. Op allebei die plekken staat een komma. Je weet van tevoren dat je ze nodig hebt, dus dit zijn de makkelijkste punten van het hele examen.

WaarZo schrijf je hetLet op
AanhefBeste meneer Jansen,komma erachter
Aanhef, informeelHoi Sanne,komma erachter
GroetMet vriendelijke groet,komma erachter, je naam eronder

5. Maanden en dagen met een hoofdletter

In het Nederlands schrijf je de maanden en de dagen klein. In het Engels is dat anders, en daarom gaat het zo vaak mis bij mensen die ook Engels spreken.

Fout

  • Ik kom op Maandag 3 Maart.

Goed

  • Ik kom op maandag 3 maart.

Landen en talen krijgen wél een hoofdletter: Nederland, Nederlands, Marokko, Arabisch. Maanden en dagen niet.

6. De tijd verkeerd opschrijven

Er zijn twee manieren om een tijd op te schrijven. Kies er één en meng ze niet. Een half-analoge, half-digitale tijd is een fout die een beoordelaar altijd ziet.

Analoge tijd

Je schrijft het woord ‘uur’

Voorbeeld

1 uur · 9 uur · half tien

In een zin

Ik kom om 5 uur langs.

Digitale tijd

Je schrijft cijfers met een dubbele punt

Voorbeeld

13:00 · 21:00 · 09:30

In een zin

Ik kom om 17:00 langs.

Fout

  • Ik kom om 17: uur.
  • De afspraak is om 9:00 uur ’s ochtends om 9.

Goed

  • Ik kom om 17:00.
  • Ik kom om 5 uur.

7. ‘u’ en ‘je’ door elkaar

Kijk naar de opdracht. Staat er u in de vraag? Dan schrijf jij ook u. Staat er je? Dan schrijf jij je. Kies er één en houd het je hele tekst vol.

Fout

  • Beste meneer Jansen, kunt u mij helpen? Ik hoor graag van je.

Goed

  • Beste meneer Jansen, kunt u mij helpen? Ik hoor graag van u.

Dit is geen beleefdheidsregel, het is een consistentieregel. Allebei is goed, door elkaar is fout.

8. Je tekst niet teruglezen

De zeven fouten hierboven vind je allemaal terug in twee minuten. Plan die twee minuten in. Je hebt 40 minuten voor vier opdrachten, dus ongeveer 10 minuten per opdracht — houd er per opdracht één minuut van over om te controleren.

Je controlelijst voor de laatste minuut. Hoofdletter aan het begin van elke zin · punt aan het einde van elke zin · komma voor want en omdat · komma na de aanhef en na de groet · maanden en dagen klein · één soort tijdnotatie · overal u of overal je.

Waar je dit oefent

Deze punten leer je niet uit een grammaticaboek. Je leert ze door een hele opdracht te schrijven en daarna gericht terug te kijken — precies zoals op het examen, waar je alles tegelijk moet doen.

Op ons platform schrijf je echte examenopdrachten en krijg je feedback per beoordelingspunt, met modelantwoorden en een beoordelingslijst die door een gecertificeerde NT2-docent zijn geschreven. Niet door een AI. Bekijk de oefenexamens Schrijven A2.

Schrijf je normaal alles op je telefoon? Oefen dan minstens een paar keer met een pen op papier. Veertig minuten met de hand schrijven is zwaarder dan je denkt, en het examen Schrijven is het enige onderdeel dat niet op de computer gaat.