Het examen Lezen van het inburgeringsexamen A2 duurt 65 minuten en je doet het op de computer. Je leest teksten uit het dagelijks leven en beantwoordt daar vragen over. In de officiële oefenexamens van DUO zijn dat 25 vragen. Het examen wordt automatisch nagekeken.
Lezen is het onderdeel met de meeste tijd. Toch lopen veel mensen juist hier vast. Niet omdat de teksten te moeilijk zijn, maar omdat ze verkeerd lezen. In dit artikel lees je hoe het examen eruitziet en wat je anders moet doen.
In dit artikel
Het format: 65 minuten
DUO beschrijft het examen kort: "Het examen Lezen op niveau A2 doet u op de computer. U moet teksten lezen. U moet ook vragen beantwoorden."
Het examen Lezen A2 duurt 65 minuten en je doet het op de computer.
Bron: inburgeren.nl — inhoud taalexamens — geraadpleegd 28-07-2026
Over het aantal vragen is DUO stil. Maar de officiële oefenexamens zijn er wel, en die zeggen het letterlijk. Op de startpagina van alle vier oefenexamens Lezen A2 staat: "U moet in dit examen 25 vragen beantwoorden."
Alle vier de officiële oefenexamens Lezen A2 van DUO bestaan uit 25 vragen en duren 65 minuten.
Bron: inburgeren.nl — oefenen — geraadpleegd 28-07-2026
De vragen zijn meerkeuzevragen. Je kiest uit een paar antwoorden; je hoeft zelf niets te schrijven. Dat maakt Lezen anders dan Schrijven en Spreken, waar je zelf taal moet produceren.
Welke teksten je krijgt
De teksten komen uit het gewone leven in Nederland. Denk aan:
- een brief van de school van je kind;
- een e-mail van je werk over je rooster;
- een advertentie of aanbieding;
- een mededeling in een winkel of op het station;
- informatie over medicijnen;
- een brief van de gemeente of van DUO.
Dat is goed nieuws. Het examen test niet of je mooie literatuur kunt lezen. Het test of je informatie kunt vinden die je in Nederland echt nodig hebt.
Wat je niet hoeft te kunnen
Het helpt om te weten wat er niet in zit. Je krijgt geen krantenartikelen over politiek. Geen literatuur. Geen vaktaal uit een beroep dat je niet hebt. Geen lange rapporten.
A2 betekent: teksten over het dagelijks leven. Als je een brief van de gemeente kunt begrijpen, zit je op het goede spoor.
Welke soorten vragen je krijgt
De vragen zien er verschillend uit, maar in de praktijk komen ze op een paar types neer. Als je die herkent, weet je meteen waar je moet zoeken.
| Soort vraag | Wat men vraagt | Waar je zoekt |
|---|---|---|
| Detail | een tijd, prijs, datum of adres | naar cijfers in de tekst |
| Hoofdgedachte | waar gaat deze tekst over? | titel en eerste regels |
| Doel | waarom is deze tekst geschreven? | wie stuurt het, en aan wie |
| Wat moet u doen | welke actie wordt gevraagd | naar werkwoorden als "bel", "stuur", "kom" |
| Voorwaarde | voor wie geldt iets wel of niet | naar woorden als "alleen", "als", "of hoger" |
Dat laatste type kost de meeste punten. Een tekst zegt bijvoorbeeld dat iets alleen geldt "vanaf de 4e verdieping". Wie dat woordje mist, kiest het verkeerde antwoord — ook als hij de hele tekst goed begreep.
Het echte probleem: tempo
25 vragen in 65 minuten is ongeveer 2,5 minuut per vraag. Dat klinkt ruim. Maar in die 2,5 minuut moet je ook de tekst lezen.
Dit is waar het bij mijn studenten misgaat. Ze lezen elke tekst helemaal, van het eerste woord tot het laatste. Ze zoeken elk woord op dat ze niet kennen. Bij vraag 15 is de tijd op.
Je hoeft niet elk woord te begrijpen. Je hoeft alleen het antwoord op de vraag te vinden. Dat is een compleet andere manier van lezen dan wat je op school hebt geleerd.
De strategie: vraag eerst
Doe het in deze volgorde:
- Lees de vraag. Wat wil men precies weten? Een tijd? Een prijs? Een reden?
- Zoek in de tekst. Ga met je ogen langs de tekst tot je dat stukje vindt.
- Lees alleen dat stukje goed. Twee of drie zinnen zijn meestal genoeg.
- Kies je antwoord en ga door.
Weet je een antwoord niet? Kies iets en ga verder. Blijf niet hangen. Je hebt niets aan een perfect antwoord op vraag 8 als je vraag 20 tot 25 niet meer haalt.
Let op getallen. Tijden, prijzen, data en huisnummers zijn bijna altijd belangrijk. Als een vraag over een tijd gaat, zoek dan naar cijfers in de tekst — dat gaat sneller dan woorden lezen.
Probeer een vraag
Zo werkt zo'n vraag in de praktijk. Lees eerst de vraag, dan het briefje.
Op een briefje bij de lift staat: "De lift is kapot. Maandag komt de monteur. Woont u op de 4e verdieping of hoger en kunt u niet traplopen? Bel de beheerder: 020 555 1234." Wat moet u doen als u op de 2e verdieping woont?
Vijf fouten die je kunt vermijden
De hele tekst lezen. Zoek gericht. Lees alleen wat je nodig hebt.
Zonder klok oefenen. Als je thuis nooit op tijd let, weet je niet hoe 65 minuten voelt. Zet altijd een timer.
Op je telefoon oefenen. Het echte examen is op een computer, met een groot scherm. DUO adviseert zelf om op een computer te oefenen.
Vragen openlaten. Je krijgt geen strafpunten voor een fout antwoord. Vul altijd iets in.
Alleen woordjes leren. Woorden helpen, maar het examen test of je informatie kunt vinden. Dat is een vaardigheid, en die leer je door te oefenen.
Op de examendag
Een paar praktische dingen die in het officiële examenreglement staan, maar die je zelden ergens leest.
Je moet 30 minuten voor het examen aanwezig zijn. Je krijgt 15 minuten uitleg voordat het examen begint. Zonder geldig legitimatiebewijs mag je geen examen doen.
Bron: DUO Examenreglement — geraadpleegd 28-07-2026
Die 15 minuten uitleg zijn extra — ze gaan niet van je 65 minuten af. Gebruik ze om rustig te worden en de knoppen te bekijken.
- Neem een geldig legitimatiebewijs mee. Is het beschadigd of verlopen, dan mag je niet meedoen.
- Je telefoon, tas en horloge gaan in een kluisje.
- Naar de wc mag, maar alleen met begeleiding, en je moet het eerst vragen.
- Het examen is geheim: geen foto's, geen vragen overschrijven. Dat is examenfraude.
- Je kunt je examendatum, tijd of locatie tot 7 dagen vooraf veranderen.
Hoeveel moet je goed hebben?
Kort antwoord: dat weet niemand buiten DUO.
Je leest online vaak "18 van de 25 goed" of "19 van de 25". Die getallen staan op geen enkele officiële pagina, en ze spreken elkaar tegen. Wat er wél officieel staat, is dit:
"De zak-slaaggrens wordt uitgedrukt in een cesuur, vastgesteld door de Minister." DUO publiceert die grens niet.
Bron: DUO Examenreglement, artikel 10 lid 5 — geraadpleegd 28-07-2026
Je krijgt een cijfer per onderdeel, plus "geslaagd" of "niet geslaagd". En in de samenvatting van het reglement staat: "Niet alle antwoorden hoeven goed te zijn om te slagen."
Praktisch betekent dat: mik niet op een minimum. Oefen tot je de grote meerderheid goed hebt. Dan zit je veilig, wat de cesuur ook is.
Waar oefen je mee?
Begin bij DUO zelf. Er zijn 4 gratis oefenexamens Lezen A2, en dat is precies het echte format en de echte klok.
DUO biedt 4 online oefenexamens Lezen A2 aan. Voor Luisteren en Spreken zijn het 3, voor Schrijven 3 (als pdf).
Bron: inburgeren.nl — oefenen — geraadpleegd 28-07-2026
Vier examens is een goed begin, maar het is te weinig om een format echt in je vingers te krijgen. Daarom hebben wij 10 oefenexamens Lezen, allemaal geschreven door een gecertificeerde NT2-docent — niet gegenereerd door een AI. Bij een taalexamen is dat verschil belangrijk: een vraag die net verkeerd staat, leert je het verkeerde.
Lees ook de uitleg over alle vier de onderdelen en het artikel over het examen Luisteren — dat onderdeel lijkt op Lezen, maar is een stuk lastiger.
Klaar om te beginnen? Doe een gratis oefenexamen Lezen, met de klok erbij.
