Some Dutch verbs always need an extra little word: me, je, zich, ons. That is called a reflexive verb. Leave that word out and the sentence is wrong — even when everyone understands what you mean. This is one of the mistakes that sticks around longest, also with people whose Dutch is otherwise good.
Marieke Schipper · NT2 teacher
“Ik kan beter concentreren” — I hear that a lot. It has to be “ik kan me beter concentreren”. The verb is zich concentreren, and that little word does not disappear.
The rule in one table
The word changes with the person. That is all you have to remember.
| Person | Word | Example |
|---|---|---|
| ik (I) | me | Ik voel me goed. |
| jij (you) | je | Voel je je goed? |
| u (you, formal) | zich | Voelt u zich goed? |
| hij / zij (he / she) | zich | Hij voelt zich goed. |
| wij (we) | ons | Wij voelen ons goed. |
| jullie (you, plural) | je | Voelen jullie je goed? |
| zij (they) | zich | Zij voelen zich goed. |
In the dictionary the verb is always listed with zich: zich voelen, zich concentreren. That is your signal that this verb needs the extra word.
Where does the word go?
In a normal sentence: straight after the verb. — Ik bereid me voor op het examen.
With two verbs: after the first verb. — Ik kan me beter concentreren als het rustig is.
In a question: after the subject. — Voel je je beter?
Wrong
- Ik me bereid voor op het examen.
- Ik kan beter me concentreren.
Right
- Ik bereid me voor op het examen.
- Ik kan me beter concentreren.
20 verbs you need at A2
These are the ones that come up most often in exam tasks and in conversations with Dutch institutions.
| Verb | Example sentence |
|---|---|
| zich voelen — to feel | Ik voel me vandaag beter. |
| zich concentreren — to concentrate | Ik kan me beter concentreren als het rustig is. |
| zich voorbereiden — to prepare | Ik bereid me goed voor op het examen. |
| zich herinneren — to remember | Ik herinner me dat ik vroeger veel buiten speelde. |
| zich ergeren aan — to be annoyed by | Ik erger me aan mensen die te laat komen. |
| zich vergissen — to be mistaken | Sorry, ik vergis me. |
| zich haasten — to hurry | Ik moet me haasten, anders mis ik de bus. |
| zich wassen — to wash | Ik was me elke ochtend. |
| zich aankleden — to get dressed | De kinderen kleden zich zelf aan. |
| zich schamen — to be ashamed | Ik schaam me een beetje. |
| zich vervelen — to be bored | Mijn zoon verveelt zich in de vakantie. |
| zich voorstellen — to introduce oneself | Mag ik me even voorstellen? |
| zich afvragen — to wonder | Ik vraag me af of de bus nog komt. |
| zich zorgen maken — to worry | Maak je geen zorgen. |
| zich interesseren voor — to be interested in | Hij interesseert zich voor politiek. |
| zich verheugen op — to look forward to | Wij verheugen ons op de zomer. |
| zich verbazen over — to be surprised at | Ik verbaas me over de prijzen. |
| zich inschrijven — to register | Ik schrijf me in bij de gemeente. |
| zich melden — to report, check in | U moet zich melden bij de balie. |
| zich aanmelden — to sign up | Ik meld me aan voor het examen. |
Start with the last four. Zich inschrijven, zich melden, zich aanmelden and zich voorbereiden are what you need at the municipality, at DUO and in letters to an institution. They come back in KNM as well as in Writing.
The three most common mistakes
Leaving the word out. Ik kan beter concentreren → Ik kan me beter concentreren.
The wrong word with ‘u’. Voelt u je goed? → Voelt u zich goed?
The word in the wrong place. Ik me bereid voor → Ik bereid me voor.
Which sentence is correct?
Where to practise this
You only unlearn this by saying it and hearing yourself back. On Speaking you hear your own omissions faster than you expect, and on Writing you see them if you read your text back once.
A2 Speaking practice exams · A2 Writing practice exams · The eight mistakes on Writing
