De belangrijkste tip voor het examen Spreken A2 staat bijna nergens op internet, en hij kost kandidaten elk jaar punten: bij onderdeel 1 worden vaak twee vragen tegelijk gesteld, niet één. Wie alleen de eerste vraag beantwoordt, geeft een half antwoord — en dat telt ook als een half antwoord.
Het examen Spreken op niveau A2 doe je op de computer en duurt 35 minuten. Het wordt deels automatisch en deels door gecertificeerde beoordelaars nagekeken.
Bron: inburgeren.nl — inhoud taalexamens — geraadpleegd 28-07-2026
De zeven tips
1. Luister naar de héle vraag — er zitten er vaak twee in
Marieke Schipper · NT2-docent
Onderdeel 1: luister heel goed naar de vraagstelling. Er worden twee vragen gesteld, niet één. Bijvoorbeeld: “Ik doe mijn boodschappen bij Albert Heijn. Waar doe jij je boodschappen? En hoe vaak per week?”
In dat voorbeeld zijn er twee dingen die je moet zeggen: waar je boodschappen doet en hoe vaak. Antwoord je alleen “Bij de Lidl”, dan mis je de helft van de vraag.
Wat je traint: luister tot het einde vóórdat je bedenkt wat je gaat zeggen. Tel in je hoofd de vraagwoorden — waar, hoe vaak, waarom, wanneer. Elk vraagwoord is één ding dat in je antwoord moet.
Fout
- Bij de Lidl.
Goed
- Ik doe mijn boodschappen bij de Lidl. Ik ga twee keer per week.
Twee korte zinnen, allebei de vragen beantwoord. Klaar. Je hoeft niet meer te zeggen dan dat.
2. Kies ‘want’, niet ‘omdat’
Bij spreken heb je geen tijd om een zin te herstellen. Want laat de woordvolgorde met rust; omdat stuurt het werkwoord naar het einde van de zin, en onder tijdsdruk gaat dat mis.
Met want
Geen risico
Zin
Ik ga met de fiets, want het is dichtbij.
Wat je moet doen
Niets. De zin blijft gewoon.
Met omdat
Moeilijker onder druk
Zin
Ik ga met de fiets, omdat het dichtbij is.
Wat je moet doen
Het werkwoord naar achteren verplaatsen.
De uitzondering: op een directe waarom-vraag antwoord je wél met omdat. De hele uitleg staat in Want of omdat.
3. Twee korte zinnen zijn beter dan één lange
Op A2 word je beoordeeld op of je begrijpelijk en correct spreekt, niet op of je ingewikkelde zinnen maakt. Een lange zin die halverwege instort levert minder op dan twee zinnen die kloppen.
4. Vergeet ‘me’ en ‘zich’ niet
Ik voel me goed. Ik bereid me voor. Ik kan me concentreren. Het weglaten van dat woordje is een van de meest hoorbare fouten, en bij spreken valt het meer op dan op papier. De twintig werkwoorden die je op A2 nodig hebt, staan in wederkerende werkwoorden.
5. Blijf praten tot de tijd om is
Stilte levert geen punten op. Heb je je antwoord gegeven en is er nog tijd? Voeg één zin toe: een voorbeeld, een reden of een detail.
Ik doe boodschappen bij de Lidl. Ik ga twee keer per week. Het is dichtbij mijn huis. Die derde zin kost je niets en laat meer Nederlands horen.
6. Praat gewoon door na een fout
Je zegt iets fout en je hoort het zelf. Verbeter het in één keer en ga verder: “Ik ga... ik ben naar de dokter geweest.” Dat is normaal spreken en het wordt niet afgestraft. Helemaal opnieuw beginnen kost tijd die je niet hebt.
7. Oefen hardop, niet in je hoofd
Spreken is het enige onderdeel waarbij je je eigen stem moet hóren om beter te worden. Antwoorden bedenken in je hoofd voelt goed en traint bijna niets: je hoort je eigen weglatingen niet, en je merkt niet dat je halverwege een zin vastloopt.
Neem jezelf op met je telefoon en luister terug. De eerste keer is ongemakkelijk. Daarna hoor je in één minuut wat je in een week oefenen niet had gemerkt.
Waar je dit oefent
Op ons platform krijg je examenvragen met beeld en geluid in het format van DUO, neem je je antwoord op, en krijg je feedback op basis van een beoordelingslijst die door een gecertificeerde NT2-docent is geschreven. Bekijk de oefenexamens Spreken A2.
